**1..** Het bestuursorgaan kan een door de subsidieontvanger aangehouden bestemmingsreserve geheel of gedeeltelijk tot het vermogen rekenen als de hoogte of de aangegeven bestemming van de reserve naar het oordeel van het bestuursorgaan niet past in het doel van de verstrekking van de betreffende subsidie.
**2..** Het bestuursorgaan kan een subsidieaanvraag voor een jaar t afwijzen als blijkt dat het vermogen aan het einde van het boekjaar t – 2 meer bedraagt dan 10% van de subsidie die aan het bestuursorgaan wordt gevraagd door middel van de subsidieaanvraag.
**3..** Het bestuursorgaan kan een subsidie over een jaar t lager vaststellen als blijkt dat:
het vermogen en de bestemmingsreserves tezamen over boekjaar t meer bedragen dan 5% van de door het bestuursorgaan verleende subsidies; of
het vermogen aan het einde van het boekjaar t – 1 meer bedraagt dan 10 % van de subsidie die aan het bestuursorgaan werd gevraagd door middel van de subsidieaanvraag.
**4..** Het bestuursorgaan kan een projectsubsidie afwijzen of tot een lager bedrag vaststellen als blijkt dat de overheadkosten die toegerekend worden aan het project meer dan 15 % bedragen van het totaal aan subsidies voor het project.
**5..** In het geval er sprake is van meerdere financieringsstromen voor hetzelfde doel of project, waarbij het bestuursorgaan geen hoofdfinancier is, worden de mutaties in het vermogen, de bestemmingsreserves en de voorzieningen evenredig toegerekend aan de verschillende inkomstenbronnen, tenzij direct aan de verschillende inkomstenbronnen kan worden toegerekend.
**6..** In het geval er sprake is van projectsubsidie worden daartoe reeds beschikbare vermogen en voorzieningen in overeenstemming met het tweede en derde lid betrokken.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Vorming vermogen, reserves en voorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsregeling subsidies stedelijk welzijn