**1..** De gemeentelijke Ombudsman verklaart de melding niet ontvankelijk, indien:
de misstand niet van voldoende gewicht is;
ambtenaar niet aantoont dat hij het vermoeden eerst intern aan de orde heeft gesteld, overeenkomstig artikel 2, eerste lid, tenzij zwaarwegende belangen toepassing van artikel 2, eerste lid in de weg staan, of
indien ambtenaar of diens vertrouwenspersoon het vermoeden intern aan de orde heeft gesteld, overeenkomstig artikel 2, eerste lid, maar nog niet een redelijke termijn is verstreken na de interne melding.
**2..** De redelijke termijn, bedoeld in het eerste lid, onder c, is verstreken indien:
vanaf het moment van de interne melding binnen een periode van acht weken niet een standpunt van de concerndirecteur aan ambtenaar dan wel, indien de ambtenaar heeft verzocht zijn identiteit niet bekend te maken aan de concerndirecteur, de vertrouwenspersoon die het vermoeden van een integriteitschending heeft gemeld, is bekendgemaakt, tenzij de concerndirecteur aan ambtenaar of de vertrouwenspersoon heeft medegedeeld dat hij niet binnen een periode van acht weken een standpunt van de concerndirecteur kan verwachten;
door de concerndirecteur geen termijn is gesteld, als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
de door de concerndirecteur gestelde termijn, bedoeld in artikel 3, tweede lid, is verstreken zonder dat een standpunt van de concerndirecteur aan ambtenaar of diens vertrouwenspersoon is medegedeeld, of
de door de concerndirecteur gestelde termijn, bedoeld in artikel 3, tweede lid, gelet op alle omstandigheden niet redelijk is.
**3..** De gemeentelijke Ombudsman brengt gemotiveerd de concerndirecteur en ambtenaar, die het vermoeden van een integriteitschending bij de gemeentelijke Ombudsman heeft gemeld, op de hoogte dat de melding niet ontvankelijk is.