Naar hoofdinhoud

Artikel V.

Nevenfuncties

Onderdeel van Gedragscode gemeenteraad Rotterdam

Het raadslid neemt bij het aanvaarden en uitoefenen van een nevenfunctie in acht dat: zijn onafhankelijkheid gewaarborgd blijft; elke vorm of schijn van beïnvloeding wordt vermeden; de nevenfunctie het aanzien van het raadslidmaatschap niet schaadt; geen strijdigheid met enig gemeentelijk belang optreedt; het tijdsbeslag het goed functioneren als raadslid niet in de weg staat. Om elke schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan, acht de gemeente een “draaideurconstructie” voor leden van de gemeenteraad slechts beperkt aanvaardbaar. Oud-raadsleden worden gedurende een jaar na het eind van de zittingstermijn uitgesloten van het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden bij de gemeente. Toelichting: Het vervullen van nevenfuncties is vanuit maatschappelijk, bestuurlijk en persoonlijk oogpunt positief te waarderen. Dat neemt niet weg dat het uit een oogpunt van zuiverheid en transparantie van het openbaar bestuur noodzakelijk is regels te stellen met betrekking tot het aanvaarden en uitoefenen van nevenfuncties. Artikel 12, lid 1 Gemeentewet schrijft voor dat ieder raadslid openbaar maakt welke andere functies hij vervult dan het lidmaatschap van de raad. Lid 2 bepaalt dat openbaarmaking geschiedt door ter inzage legging van de bedoelde opgave op het gemeentehuis. Het verdient aanbeveling de opgave ook openbaar te maken via de gemeentelijke website. Indien een lid twijfelt aan de opportuniteit van een nevenfunctie, kan hij/zij dit voorleggen aan het presidium.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel