Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de
belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze
naar voren te brengen.
Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten
indien
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is
gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en
zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden
hebben voorgedaan;
de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek
van het dagelijks bestuur om binnen een gestelde
termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in
artikel 17 van de wet, of artikel 38, tweede lid, van het Bbz;
of
het dagelijks bestuur het horen niet nodig acht voor
het vaststellen van de ernst van de gedraging of de
mate van verwijtbaarheid.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 3.
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand WWB ISD Bollenstreek 2012