Het dagelijks bestuur kan bij een maatregelwaardige
gedraging als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11
volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing,
tenzij het niet behoorlijk nakomen van de verplichting
plaatsvindt binnen een periode van 12 maanden, te rekenen
vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een
schriftelijke waarschuwing is gegeven een vergelijkbare
gedraging heeft plaatsgevonden.
Het dagelijks bestuur ziet af van het opleggen van een
maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan 12 maanden voor constatering
van die gedraging door het dagelijks bestuur heeft
plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending
van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van
die gedraging ten onrechte bijstand is verleend. Een
maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht
wordt niet opgelegd na verloop van 60 maanden nadat
de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 6.
Waarschuwing of afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand WWB ISD Bollenstreek 2012