Het is verboden om zich met een tankschip te bevinden op een ligplaats buiten de petroleumhavens indien zich een gevaarlijke stof als lading of ladingsresidu aan boord bevindt, tenzij:
het een tankschip betreft dat uitsluitend een gevaarlijke stof als lading of ladingresidu aan boord heeft, zijnde een brandbare vloeistof met een vlampunt van 61 graden Celsius of hoger;
het een combinatietankschip betreft met brandbare ladingresiduen in de sloptanks en dat is geladen of zal worden geladen met losgestorte bulklading in vaste vorm;
voor het tankschip een schoonmaakcertificaat is afgegeven;
kortstondig ligplaats wordt genomen op een in het Ligplaatsenoverzicht aangewezen autoafzetplaats of bij een bunkerstation;
het een ligplaats betreft die is aangeduid met een verkeersteken als ligplaats voor schepen met gevaarlijke stoffen;
het een binnentankschip betreft dat:
voordat ligplaats wordt genomen, de voorschriften van het ADNR betreffende het ontgassen van lege ladingtanks voor zijn lading- en sloptanks heeft opgevolgd en in die situatie geen seinvoering behoeft te voeren;
de tanks gesloten houdt, en;
het voornemen tot het nemen van ligplaats aan de havenmeester heeft gemeld, of;
een ontheffing is verleend door het college voor het nemen van ligplaats buiten de petroleumhavens.
PARAGRAAF 6
Artikel 6.3
Tankschepen met gevaarlijke stoffen alleen in petroleumhavens
Onderdeel van Havenverordening Rotterdam 2004