Tekortschietend besef met betrekking tot het onverantwoord interen op vermogen
Indien een belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
aan de dag heeft gelegd door voorafgaande aan de aanvraag om
bijstandsverlening, dan wel ten tijde van de bijstandsverlening zijn meer dan
bescheiden vermogen op een onverantwoorde wijze in te teren, verlaagt het
college de uitkering.
De in het eerste lid bedoelde verlaging wordt vastgesteld op twintig procent
van de van toepassing zijnde bijstandsnorm voor de duur van het aantal
maanden dat geen beroep op een uitkering nodig zou zijn geweest indien wel
op een verantwoorde wijze zou zijn ingeteerd op het meer dan bescheiden
vrij te laten vermogen.
De in het tweede lid bedoelde verlaging kan voor maximaal 36 maanden
worden opgelegd.
HOOFDSTUK 4
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Afstemmingsverordening 2012 WWB, Bbz 2004, IOAW en IOAZ