Afzien van verlaging
Het college ziet af van het toepassen van een verlaging indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of;
de gedraging meer dan een jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden tenzij:
I) de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte of teveel uitkering is verleend of;
II) de belanghebbende zich zeer ernstig heeft misdragen tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de WWB, Bbz 2004, IOAW of IOAZ.
Een verlaging wegens schending van de inlichtingenplicht, dan wel het
zich zeer ernstig misdragen tegenover het college of zijn ambtenaren, wordt
niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft
plaatsgevonden.
Het college kan afzien van een verlaging indien het daarvoor dringende
redenen aanwezig acht.
Indien het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen,
wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.