Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 10a

Uitstroompremies WSW­dienstverband

Onderdeel van Re-integratie verordening 2012

Lid 1 De uitstroompremie WSW-dienstverband dient ertoe belanghebbenden te stimuleren tot het aanvaarden van een WSW-dienstverband. Lid 1 geeft aan welke personen voor een uitstroompremie WSW-dienstverband in aanmerking komen. Deze omschrijving wijkt af van de doelgroepomschrijving zoals opgenomen in artikel 1 lid 2 sub d van deze verordening. Alleen personen met een uitkering op grond van de WWB, de IOAW of de IOAZ kunnen immers uitstromen uit een uitkering die verstrekt wordt door de gemeente. Personen jonger dan 27 jaar komen niet in aanmerking voor een premie omdat deze premie niet is vrijgelaten (artikel 31 lid 5 WWB) en derhalve tot de middelen van de belanghebbende zou moeten worden gerekend. Lid 2 en 3 Om in aanmerking te komen voor een premie dient de belanghebbende voor het moment van uitstroom tenminste drie maanden een uitkering op grond van de WWB, de IOAW of de IOAZ te hebben ontvangen. De premie kan twee maal worden toegekend. De eerste keer op het moment van uitstroom. De tweede premie kan 12 maanden na het moment van uitstroom worden toegekend. Lid 4 Het vierde lid geeft aan wanneer een aanvraag voor een premie uiterlijk door het college ontvangen dient te zijn. Hierbij is uitgegaan van een termijn van 6 maanden nadat het recht op de premie is ontstaan. Een premie die naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van een belanghebbende wordt, in zoverre deze een-of tweemalig per kalenderjaar wordt uitgekeerd en de premie per kalenderjaar niet meer bedraagt dan het in artikel 31 lid 2 sub j van de wet genoemde bedrag, niet tot de middelen van de belanghebbende gerekend. Om deze reden kan aan een betrokkene geadviseerd worden zijn aanvraag tijdelijk in te trekken en deze op een later tijdstip nogmaals in te dienen, samen met aanvragen voor eventuele andere premies.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel