Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 9

Verzoek om nadeelcompensatie.

Onderdeel van Nadeelcompensatieverordening RandstadRail Rotterdam en Rotterdam Centraal

1.. Het verzoek dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een periode van één jaar na 31 december van het jaar waarin het nadeel is ontstaan, bij het schademeldingsbureau te worden ingediend. 2.. Het verzoek moet worden ingediend door middel van een daartoe bestemd aanvraagformulier. Het verzoek is ingediend als dit formulier door het schademeldingsbureau is ontvangen. De datum van ontvangst wordt op het aanvraagformulier aangetekend. Het schademeldingsbureau stelt het verzoek uiterlijk binnen twee weken ter advisering in handen van de adviescommissie. 3.. Het verzoek dient met redenen omkleed te worden ingediend. Het verzoek bevat ten minste: de naam en het adres van de verzoeker; de dagtekening van het verzoek; de beschrijving van de handeling en/of het bestuursbesluit dat naar het oordeel van de verzoeker het nadeel veroorzaakt; de opgave van de aard en de omvang van het nadeel, vergezeld van een zo nauwkeurig mogelijke specificatie van het bedrag; de omschrijving van de wijze waarop het nadeel naar het oordeel van de verzoeker dient te worden gecompenseerd en indien een compensatie in geld wordt gewenst, een opgave van dit bedrag; de handtekening van de verzoeker. 4.. Het schademeldingsbureau bevestigt binnen twee weken schriftelijk de ontvangst van het verzoek. Bij de ontvangstbevestiging wordt de verzoeker in kennis gesteld van de daarna te volgen procedure. 5.. Indien naar het oordeel van de adviescommissie de door de verzoeker overgelegde schriftelijke gegevens ontoereikend zijn, zodat op basis daarvan redelijkerwijs niet op het verzoek kan worden beslist, stelt de adviescommissie de verzoeker hiervan binnen zes weken in kennis. De adviescommissie stelt verzoeker vervolgens in de gelegenheid om binnen een termijn van vier weken na datum van deze kennisgeving de gewenste aanvullende gegevens te overleggen.

Rechtspraak bij dit artikel