In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
ADR:
Accountantsdienst Rotterdam;
b.
de accountant:
de door de raad aan te wijzen externe accountant bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die is belast met de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening;
c.
accountantscontrole:
1e
het onderzoek door een accountant inzake de getrouwheid en de rechtmatigheid van de verantwoording;
2e
de controle van de in artikel 197 bedoelde jaarrekening, uitgevoerd door de accountant met inachtneming van het Besluit accountantscontrole Gemeenten van:
-
het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten en de grootte en samenstelling van het vermogen;
-
het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten en balansmutaties;
-
het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde jaarrekening met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;
-
de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken; en
-
rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole;
d.
rechtmatigheid in het kader van accountantscontrole:
het overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële beheerhandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole gemeenten;
e.
concernrekening:
de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening van de Gemeente Rotterdam;
f.
dienstrekening:
de jaarstukken van de diensten die bij uitvoeringsbesluit van het college zijn ingesteld.