Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1.

Artikel 3

Benoeming directeur en plaatsvervangend directeur

Onderdeel van Verordening Rekenkamer Rotterdam

1.. Benoeming vindt slechts plaats nadat ten aanzien van de kandidaat-directeur of kandidaat-plaatsvervangend directeur een verklaring omtrent het gedrag is afgegeven als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag. 2.. De raad besluit ten minste zes maanden voor afloop van de benoemingsperiode over het al dan niet herbenoemen van de directeur. 3.. Jaarlijks vindt er een gesprek plaats tussen het presidium en de directeur over het functioneren.

Rechtspraak bij dit artikel