**4.1.** Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen geheime informatie aan derden. Aan raadsleden kan geheime informatie verstrekt worden onder oplegging van geheimhouding, tenzij het openbaar belang zich tegen het verstrekken van informatie verzet.
**4.2.** Een bestuurder houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van de artikelen 10 en 11 van de Wet openbaarheid van bestuur.
**4.3.** Een bestuurder maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.