**1..** Aan boord is ten minste de volgende uitrusting in bruikbare staat aanwezig:
een bootshaak;
een verbanddoos, met voldoende verbandmiddelen om in noodgevallen eerste hulp te kunnen verlenen;
voldoende trossen voor meren en slepen, alsmede een voorziening waaraan een sleeptros bevestigd kan worden om gesleept te worden;
een goed functionerende, voor onmiddellijk gebruik gereed zijnde scheepshoorn, die geschikt is voor het geven van de voorgeschreven geluidsseinen;
een goed werkende marifoon die is voorzien van de locale marifoonblokkanalen, kanalen 10 en 11 en de brugkanalen;
werkboten die worden gebruikt bij het vastmaken van schepen beschikken over een marifoon met de kanalen 41 tot en met 45;
boten waarmee een tros van een schip naar een meerpaal of -boei wordt gesleept, zijn uitgerust met een inrichting waarmee de schipper de gesleepte tros onder alle omstandigheden kan loslaten, wanneer de boot scheef of onder water getrokken dreigt te worden.
**2..** Tijdens de vaart wordt een goed functionerende radarreflector gevoerd.
Artikel 9
Overige uitrusting
Onderdeel van Besluit veiligheidseisen schepen voor bootlieden en voor personenvervoer