Naar hoofdinhoud

Afdeling II

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Parkeerverordening 2012

1. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag eenvergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen, of parkeerapparatuurplaatsen. 2. Een vergunning kan in ieder geval worden verleend aan: a. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waarbelanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruikenparkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie I); b. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (categorie II); c. de verhuurders van vakantie- en/of recreatieverblijven in een gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn (categorie III), met dien verstande dat per vakantie- en/of recreatieverblijf slechts één vergunning kan worden verleend. Deze vergunningen kunnen door de verhuurders ter beschikking worden gesteld aan dehuurders van de desbetreffende verblijven. 3. Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van debeschikbare parkeerruimte.

Rechtspraak bij dit artikel