Deze verordening verstaat onder:
Beschermd rijksmonument:
onroerend monument dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;
Gemeentelijk monument:
onroerend monument, dat overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen;
Gemeentelijke monumentenlijst:
De lijst waarop de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen zijn geregistreerd:
Monumentencommissie:
de op basis van art.15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie die als taak heeft het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de verordening en het monumentenbeleid;
Eigenaren en zakelijk gerechtigden:
degenen die in het kadastrale register als eigenaren en zakelijke gerechtigden van een monument zijn ingeschreven;
Bouwhistorisch onderzoek:
onderzoek, in een schriftelijke rapportage vastgelegd, naar de bouwgeschiedenis, de bouwhistorische kwaliteit en de monumentale waarde van een monument zoals aangegeven in de leidraad voor praktijkgericht bouwhistorisch onderzoek, opgesteld door de Rijksdienst voor Monumentenzorg (nu genaamd Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed);
Landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden:
landelijke kaart met een schaal van 1:50.000, die op basis van geomorfologische gegevens, de kans weergeeft op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge, middelhoge, lage en zeer lage trefkans;
Cultuurhistorische waardenkaart:
topografische kaart van (delen van) het gemeentelijk of provinciale grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn aangegeven;
Archeologisch verwachtingsgebied:
op de archeologische waardekaart aangegeven gebied, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn;
Hoge verwachtingswaarde:
grote kans op archeologische vondsten of informatie;
Middelhoge verwachtingswaarde:
gemiddelde kans op archeologische vondsten of informatie;
Lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten of informatie;
Plan van aanpak:
plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen, denkt te gaan beantwoorden;
Programma van eisen:
programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek. Inclusief een plan van aanpak dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden;
Bevoegd gezag:
bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Archeologisch monument: terrein dat van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.
Beschermd stads- en dorpsgezicht:
een gebied dat van algemeen belang is door de cultuurhistorische waarde. Hiermee vallen zij onder artikel 20 van de Monumentenwet van 1988.
Object:
een bouwwerk en/of een bouwwerk geen gebouw zijnde
Redengevende omschrijving:
een omschrijving waarin de waardevolle onderdelen van het object zijn opgenomen
Waarderingscriteria: de in bijlage 1 genoemde criteria, subcriteria, hun maximale en minimale waardering en wegingsfactor