Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot:
de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 14 te verlenen;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 14;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 14, derde lid;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onder d;
een aanwijzing als bedoeld in artikel 22, tweede lid, tweede volzin.