**1..** Een vergunning, bedoeld in de artikelen 3 en 4, kan worden geweigerd:
in verband met de ordening of de veiligheid van de havenbekkens en wateren die openstaan voor de scheepvaart;
indien de aard of het gebruik van het woon- of bedrijfsschip niet in overeenstemming is met de aard, de bestemming of het aanzien van de ligplaats of de omgeving;
in verband met de veiligheid van het woon- of bedrijfsschip of de omgeving;
indien het uiterlijk van het woon- of bedrijfsschip afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente.
**2..** Het college kan een vergunning, als bedoeld in de artikelen 3, derde lid, en 4, wijzigen of intrekken indien:
de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet worden nageleefd;
de bij de aanvraag verstrekte gegevens niet juist of onvolledig blijken te zijn;
zich zodanige omstandigheden of inzichten voordoen dat, indien deze ten tijde van vergunningverlening bekend waren geweest, de vergunning niet of niet in die vorm zou zijn verleend;
in verband met verandering van wetgeving, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten, het algemeen belang zwaarder moet wegen dan het belang van de betrokkenen bij een ongewijzigde beschikking.
Artikel 8
Weigerings-, wijzigings- en intrekkingsgronden
Onderdeel van Verordening woon- en bedrijfsschepen 2005