1. De inkomstenvrijlating bedoeld in artikel 31, lid 2 onder n van de wet wordt toegepast voor de volgende doelgroepen:
a. alleenstaande ouders met een kind jonger dan 12 jaar;
b. personen van 57,5 jaar en ouder;
c. uitkeringsgerechtigden die op grond van medische of sociale gronden zijn aangewezen op het verrichten van arbeid in deeltijd.
2. In afwijking van het eerste lid wordt geen inkomstenvrijlating toegepast over inkomsten die in strijd met de inlichtingenplicht niet of niet tijdig zijn doorgeven.