**1..** De functionaris heeft aanspraak op bezoldiging met ingang van de datum waarop zijn benoeming ingaat.
**2..** De bezoldiging wordt in maandelijkse termijn betaalbaar gesteld.
**3..** De aanspraak op bezoldiging eindigt met ingang van de dag:
van ontslag;
volgende op die waarop de termijn van benoeming is verstreken;
volgende op die waarop de functionaris is overleden.
**4..** De hoogte van de bezoldiging voor de functionaris is vastgesteld op salarisklasse 17, genoemd in bijlage B.1 bij het Bezoldigingsbesluit 1993. De inschaling binnen de salarisklasse wordt door de raad nader vastgesteld.
**5..** De arbeidsvoorwaarden en hoogte van de bezoldiging van de plaatsvervangend functionaris wordt – op voorstel van de functionaris – in een bij deze verordening behorende bijlage door de raad vastgesteld.
**6..** De artikelen 25, 26, 27, 33, 34, 36, 36a, 37a en 38 van het Ambtenarenreglement zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daar waar in de tekst burgemeester en wethouders staat vermeld, dit gelezen dient te worden als raad.
Paragraaf 1
Artikel 5
Bezoldiging en andere geldelijke aanspraken
Onderdeel van Verordening rechtspositie gemeentelijke ombudsman en directeur Rekenkamer Rotterdam 2006