De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam wordt als volgt gewijzigd.
Artikel 10, eerste lid, komt te luiden:
Alvorens het college het voorstel met betrekking tot het programma en het overzicht vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud van dat voorstel naar voren te brengen.
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
De eerste zin van het eerste lid komt te luiden: Het college stelt jaarlijks het bekostigingsplafond vast dat beschikbaar is voor bekostiging van de aangevraagde voorzieningen.
De derde zin van het eerste lid komt te luiden: Voorts kan het college een afzonderlijk bedrag vaststellen voor voorzieningen die het noodzakelijk acht voor de realisatie van het door de raad of door het college vastgestelde lokaal onderwijsbeleid.
Het derde lid komt te luiden: Indien de gemeentebegroting niet uiterlijk op 31 december wordt vastgesteld van het jaar waarin artikel 6 genoemde datum valt, worden het bekostigingsplafond, het programma en het overzicht, uiterlijk op 31 december vastgesteld.
In artikel 12 wordt “raad” telkens vervangen door: college.
In artikel 21 wordt “raad” telkens vervangen door: college.
In artikel 22 wordt “raad” telkens vervangen door: college.
De eerste zin van artikel 26, tweede lid, komt te luiden: Voordat het college het voorstel met betrekking tot het besluit over de aanvraag vaststelt, treedt het college in overleg met de aanvrager.
In artikel 27 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
In het eerste lid wordt “raad” vervangen door: college;
In het tweede lid, onder b, wordt “raad” vervangen door: college;
In het tweede lid, onder c, wordt “raad” vervangen door: college.