Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Eerste behandeling aanvraag

Onderdeel van Planschaderegeling 2005

1.. Indien de aanvraag in behandeling kan worden genomen en het college, nadat daarover eerst de derde-belanghebbende is geraadpleegd, de aanvraag daarvoor geschikt acht, bericht het de aanvrager dat het een voorstel zal laten doen tot vergoeding van de gestelde planschade door het OBR in samenwerking met de dS+V. Het bepaalde in de leden 2 tot en met 5 is van toepassing. Indien de aanvraag in behandeling kan worden genomen en het college meent dat deze zich niet leent voor toepassing van het gestelde onder a., wordt de aanvraag aan de adviseur voorgelegd. Het bepaalde in de artikelen 5 tot en met 8 is van toepassing. 2.. De dS+V maakt in het geval als bedoeld in het vorige lid onder a. een planologische vergelijking en het OBR begroot de eventuele planschade. Daarbij wordt de derde-belanghebbende geraadpleegd. Vervolgens zal het OBR een voorstel tot vergoeding van planschade aan de aanvrager doen binnen acht weken nadat het bericht als bedoeld in het vorige lid onder a. is verzonden. 3.. Indien de aanvrager binnen zes weken kenbaar maakt in te stemmen met het voorstel als bedoeld in het vorige lid, legt het OBR dit voorstel ter besluitvorming voor aan het college. Dit neemt vervolgens binnen acht weken een besluit om dit voorstel tot vergoeding van planschade al dan niet over te nemen. 4.. Indien het OBR van mening is dat de aanvraag niet voor vergoeding in aanmerking komt, dan wel de aanvrager het voorstel niet accepteert, stuurt zij hiervan aan de aanvrager en het college een bericht binnen acht weken nadat het bericht als bedoeld in het eerste lid onder a. is verzonden. 5.. In geval dat het vorige lid van toepassing is en indien het college niet besluit conform een voorstel van het OBR, wijst het een adviseur aan en verstrekt deze opdracht om ter zake de aanvraag advies uit te brengen. Het bepaalde in de artikelen 5 tot en met 8 is van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel