Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: a. monument: 1. gemeentelijke monumenten als bedoeld onder artikel 1 onder a, en onder e, van de Monumentenverordening Rotterdam 2003; 2. door het college als zodanig aangemerkte beeldbepalende panden in beschermde stads- of dorpsgezichten of een wijk; 3. door het college als zodanig aangemerkte beeldbepalende panden in nader door het college aan te wijzen gebieden; b. commissie voor Welstand en Monumenten: de in artikel 1 van de Monumentenverordening Rotterdam 2003 bedoelde commissie; c. voorzieningen: bouwkundige maatregelen aan een pand die strekken tot het behoud van die delen van het pand die aanleiding waren om het pand als monumentwaardig aan te merken; d. subsidiabele kosten: de door het college goedgekeurde kosten die worden gemaakt ter zake van de restauratie van een monument; e. restauratie: het, ter opheffing van gebreken, treffen van voorzieningen noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument; f. particulier bezit: monumenten welke niet in eigendom zijn van de gemeente, een andere overheidsinstelling of een toegelaten instelling; g. woonhuismonumenten: monumenten in gebruik als woning met de eventueel in de woning gelegen bedrijfsruimte in één travée; h. subsidieplafond: het door het college jaarlijks beschikbaar gestelde budget ter uitvoering van deze verordening; i. bouwsom: restauratiekosten en overige bouwkundige kosten die dienen voor behoud en gebruik van het monument; j. restauratieplan: het door het college goedgekeurde plan toeziende op restauratie van het monument.

Rechtspraak bij dit artikel