**1..** Het UWV krijgt mandaat om al die besluiten te nemen die de raad bij of krachtens de volgende regelingen bevoegd is te nemen ten aanzien van de tot de griffie behorende ambtenaren:
de Verordening bovenwettelijke werkloosheidsuitkering;
de Suppletieregeling, bedoeld in hoofdstuk VIIA van het Ambtenarenreglement.
**2..** Het UWV krijgt mandaat om verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur, dan wel in het kader van de Wet nationale ombudsman, dan wel verzoeken van een gelijksoortig karakter, voor zover die verband houden met de uitvoering van de in het eerste lid genoemde regelingen, af te handelen.
**3..** Het UWV krijgt mandaat om in het kader van de in het eerste lid genoemde regelingen te beslissen op bezwaarschriften, met dien verstande dat degene die betrokken is bij het besluitvormingsproces ten aanzien van het bezwaarschrift, niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg.
**4..** Het UWV krijgt mandaat om in het kader van de uitvoering van de in het eerste lid genoemde regelingen in rechte op te treden en tegen rechterlijke uitspraken al dan niet hoger beroep of cassatie in te stellen. Indien het een zaak betreft met een kennelijk aanzienlijk financieel of rechtspositioneel belang, oefent het UWV deze bevoegdheid niet uit dan na verkregen toestemming van de raad en in voorkomend geval van de ex-werkgever van de wederpartij in de desbetreffende zaak. Het UWV is in dat geval wel bevoegd om vooruitlopend hierop zo nodig hoger beroep of cassatie in te stellen.
**5..** Het UWV krijgt mandaat tot het verlenen van ondermandaat van de in het eerste lid genoemde regelingen aan bij hem in dienst zijn de functionarissen.