De WWB, de IOAW en de IOAZkoppelen nadrukkelijk het recht op het ontvangen van een bijstandsuitkering of aan de plicht om hier zo snel mogelijk weer onafhankelijk van te worden. Een cliënt moet zich dus naar vermogen optimaal inspannen om het gebruik van bijstand te minimaliseren en zo kort mogelijk te houden. Hieruit vloeit ook voort dat hij zich moet houden aan de verplichtingen die op hem rusten voortvloeiend uit WWB , de IOAW en de IOAZ, de verordening en de verplichtingen die door het college van burgemeester en wethouders aan de voorzieningen zijn verbonden.
Uit artikel 2 van de WWB vloeit voort dat op het niet naleven van een verplichting voor de cliënt mogelijk een maatregel kan volgen zoals neergelegd in de Verordening maatregelen Wet werk en bijstand 2012 en de Verordening Maatregelen IOAW en IOAZ 2010. De maatregel bestaat uit het verlagen van de uitkering.
Voor personen zonder uitkering kan het college de uitkering niet verlagen. De sanctie op het niet naleven van de verplichtingen die uit deze verordening en de toegekende voorziening voortvloeien, kan in dat geval bestaan uit het gedeeltelijk verhalen van de kosten die gepaard gaan met het verstrekken van de voorziening. Het college is bevoegd deze kosten te verhalen op de cliënt. Hierbij moet, evenals bij het opleggen van een maatregel aan een uitkeringsgerechtigde, rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval (evenredigheidstoets).
Artikel 6
Verplichtingen van de cliënt
Onderdeel van Verordening Re-integratie WWB, IOAW en IOAZ 2012