De Verordening langdurigheidstoeslag 2009, vastgesteld op 13 januari 2009, wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Verordening langdurigheidstoeslag 2012 ingetrokken.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 24 april 2012.
de griffier,
de voorzitter,
PUBLICATIEDATUM: TOELICHTING OP Verordening langdurigheidstoeslag 2012
Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met inbegrip van een component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig op een minimum inkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de invoering van de WWB in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag sinds die datum een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand.
Artikel 36 blijft de basis van de langdurigheidstoeslag, maar de nieuwe tekst laat meer ruimte voor gemeentelijke invulling van de regels. In artikel 8 wordt een bepaling toegevoegd waarin wordt bepaald dat gemeenten in een verordening regels vastleggen met betrekking tot de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het begrip langdurig, laag inkomen.
Nu de Wet werk en bijstand 2012 van kracht is geworden per 1 januari 2012 hebben we te maken met een nieuw begrip, nl. de ‘gezinsnorm’. Dit begrip vervangt het begrip ‘gehuwdennorm’. Als gevolg van het afschaffen van de bijstand voor inwonenden en het vervangen van de toets op het inkomen van de partner door een toets op gezinsniveau (huishoudinkomen) is aanpassing van de verordening noodzakelijk. Daarnaast is de referteperiode zoals genoemd in artikel 2 n.a.v. de vastgestelde bezuinigingsvoorstellen vanaf 2012, gewijzigd van drie naar vijf jaar.
Artikelsgewijze toelichting.
In onderstaande toelichting wordt ingegaan op een aantal artikelen dat toelichting behoeft.
Ad artikel 1 Begripsbepalingen
Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis als in de WWB. Ten aanzien van een aantal begrippen die niet in de WWB zelf staan is een definitie gegeven in deze verordening.
Er is gekozen voor vaststelling van de referteperiode op 60 maanden voorafgaand aan de peildatum. Hiermee is meteen invulling gegeven aan het begrip ‘langdurig’.
Ad artikel 3 Hoogte van de langdurigheidstoeslag
De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gebaseerd op de huidige hoogte. Het Ministerie van SZW heeft bedragen voor 2012 in de normenbrief opgenomen. Deze bedragen zijn overgenomen. Om niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen is ervoor gekozen om de hoogte jaarlijks mee te laten bewegen met de bijstandsnormen.