Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Bekendmaken zitting en oproep getuigen en deskundigen

Onderdeel van Onderzoeksverordening Rotterdam 2003

1.. De voorzitter van de onderzoekscommissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting en brengt die ter openbare kennis. 2.. Getuigen en deskundigen worden schriftelijk, ten minste twee weken voor de zitting, opgeroepen. De brief, houdende de oproep, wordt aangetekend verzonden of tegen gedagtekend ontvangstbewijs uitgereikt. 3.. Binnen drie werkdagen na ontvangst van de oproep kan een opgeroepen getuige of deskundige onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. De beslissing op dit verzoek wordt door de voorzitter uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld. 4.. De onderzoekscommissie kan bevelen dat getuigen en deskundigen die, hoewel opgeroepen in overeenstemming met het tweede lid, niet zijn verschenen, door de openbare macht voor hen worden gebracht om aan hun verplichting te voldoen. De onderzoekscommissie stelt de getuige of deskundige hiervan schriftelijk in kennis op de wijze, bedoeld in het eerste lid. In de beschikking wordt een termijn gesteld waarbinnen de belanghebbende de tenuitvoerlegging kan voorkomen door alsnog aan zijn verplichting te voldoen. 5.. Op een beschikking als bedoeld in het tweede en het vierde lid is artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel