Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: Invorderingswet: de Invorderingswet 1990 (Stb. 221); Algemene wet: de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301); Huisvestingswet: de Huisvestingswet (Stb. 1992, 548); Algemene termijnenwet: de Algemene termijnenwet (Stb. 1964, 314); vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden; vervallen. vaste staanplaatsen: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.

Rechtspraak bij dit artikel