Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.
De burgemeester kan vergunning verlenen voor maximaal twee speelautomatenhallen.
Behoudens het bepaalde onder b. kan de burgemeester vergunning verlenen voor maximaal twee speelautomatenhallen, onder voorwaarde dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan.
Aan de vergunning als bedoeld onder b. en c. kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden die betrekking hebben op:
sluitingstijden;
het toezicht;
het aantal speelautomaten;
de exploitatie, of
werving en reclame.
Als bij rechterlijk vonnis onherroepelijk is komen vast te staan dat de voorwaarde als genoemd in lid c. onverbindend is, dan wordt het aantal speelautomaten voor desbetreffende speelautomatenhal vastgesteld op een door de burgemeester te bepalen aantal, met een maximum van 15.
De vergunning als bedoeld onder a. wordt gesteld op naam en is niet overdraagbaar.
De vergunning wordt geweigerd, indien:
het krachtens deze verordening maximaal aantal te verlenen vergunningen is verleend;
er gegronde vrees is dat het verlenen van de vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid, of
de aanvrager van de vergunning een van de bepalingen uit Titel Va van de wet in de drie jaren voorafgaande aan het moment van aanvraag heeft overtreden.
De vergunning kan worden ingetrokken, indien:
de houder van de vergunning een van de bepalingen uit Titel Va van de wet heeft overtreden, of
er gegronde vrees is dat het van kracht blijven van de vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde en veiligheid of zedelijkheid.
De burgemeester kan nadere regels stellen over speelautomatenhallen.
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.