Burgemeester en wethouders verlenen slechts geldelijke steun indien:
de noodzaak is aangetoond van het bouwen van de woning, de standplaats of de woonwagen of van het treffen van de voorzieningen aan de huurwoning of de huurstandplaats;
het bouwplan sober en doelmatig is;
is voldaan aan de nadere voorwaarden als bedoeld in artikel 9, eerste lid;
voor het bouwplan een bouwvergunning is verleend of zal worden verleend;
niet reeds vóór het besluit tot het verlenen van de geldelijke steun een begin met de werkzaamheden is gemaakt tenzij zij hun instemming daarmee hebben betuigd;
de grond waarop de woningen of de standplaats wordt gebouwd niet verontreinigd is, of de verontreiniging niet zodanig is dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders uit het oogpunt van volksgezondheid bezwaar bestaat tegen het bouwen van de woning of de standplaats op die grond;
er een juiste verhouding is tussen de kosten van het plan en de daarvoor geboden kwaliteit.