De geldelijke steun wordt slechts verleend onder voorwaarde dat:
zonder toestemming van burgemeester en wethouders bij de werkzaamheden niet wordt afgeweken van het bouwplan;
binnen zes maanden na het besluit tot verlening van geldelijke steun de bouw tot de bovenkant van de beganegrondvloer is gevorderd danwel ingeval het treffen van voorzieningen met de werkzaamheden is gestart;
de gereedmelding van de werkzaamheden plaatsvindt overeenkomstig artikel 32, eerste lid en artikel 33, eerste en tweede lid;
de initiatiefnemer de informatie bedoeld in het besluit beschikbaar houdt en op verzoek van burgemeester en wethouders terstond levert.