De geldelijke steun wordt uitbetaald aan degene die het treffen van de voorzieningen bekostigt.
De geldelijke steun wordt uitbetaald in jaarbedragen, voor de eerste maal een jaar na de gereedkomingsdatum en telkens een jaar nadien.
Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het tweede lid besluiten de bijdrage uit te betalen als bijdrage-ineens.