Een gereedmelding, als bedoeld in artikel 32, eerste lid, gaat, indien de woning bewoond zal worden door de eigenaar, naast de verklaring bedoeld in artikel 33, vergezeld van:
een bewijs van eigendom in de vorm van een afschrift van de akte, bedoeld in artikel 3:89 van het Burgerlijk Wetboek;
een bewijs van de datum van eerste bewoning, in de vorm van een uittreksel uit het persoonsregister;
een afschrift van de vergunning van de gemeente tot het bewonen van de woning danwel een verklaring dat een dergelijke vergunning zal worden verstrekt, indien een dergelijke vergunning vereist is.
Een gereedmelding als bedoeld in artikel 32, eerste lid, gaat, indien de woning verhuurd zal worden, naast de verklaring bedoeld in artikel 33, vergezeld van:
een verklaring dat de woning waarvoor geldelijke steun is aangevraagd eigendom is van de begunstigde;
een verklaring dat de woning tenminste tien jaar voor verhuur beschikbaar blijft.