Naar hoofdinhoud
De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degene, die: als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd. Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: vakantie-onderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op het aantal slaapplaatsen; mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op 2,6 per mobiel kampeeronderkomen of stacaravan; mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op seizoenplaatsen bepaald op 2,3 per mobiel kampeeronderkomen of stacaravan; Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt: ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste standplaatsen, bepaald op 80; ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens of stacaravans op seizoenplaatsen bepaald op 55. Artikel 7 Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal. Artikel 8 Belastingtarief Het tarief bedraagt: € 0,85 per overnachting in vakantie-onderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en stacaravans, mobiele kampeeronderkomens op vaste-, seizoen- en toeristische standplaatsen; € 0,65 per overnachting in vakantie-onderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten en mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen indien de overnachting geschiedt door jeugdige personen tot en met de leeftijd van 18 jaar. Artikel 9 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 11 Aanslaggrens Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen. Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel 13 Kwijtschelding Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 14 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet. Artikel 15 Inwerkingtreding De "Verordening toeristenbelasting Rucphen 2008" van 13 december 2007 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010. Artikel 16 Citeertitel 4.Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening toeristenbelasting Rucphen 2010". Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 17 december 2009 de voorzitter, de griffier, M.L. Everaers. drs. R.A.F. van Pareren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel