Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

De zienswijze van belanghebbende

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ gemeente Noord-Beveland

1. Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. 2. De in lid 1 gestelde mogelijkheid kan achterwege worden gelaten indien: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; b. de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; c. de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of een door haar ingeschakelde derde, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 13 van IOAW/IOAZ; d. het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid; e. de maatregel wordt toegepast wegens zeer ernstige misdragingen zoals bedoeld in artikel 16.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel