Lid 1.
Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van gewassen, al dan niet gestreken, opgevouwen of opgehangen kleding. De aanschaf van kleding is algemeen gebruikelijk.
Lid 2.
Indien de persoon met beperkingen een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld.
Lid 3.
Voor zover de in artikel 12 lid 2 van deze verordening en in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar, financieel haalbaar, bruikbaar en voldoende compenserend zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen Wmo-voorzieningen verstrekt.
Lid 4.
Met het oog op het beschikken over schone en draagbare kleding kan een Wmo-voorziening worden getroffen ten aanzien van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de was.
HOOFDSTUK 3. › Paragraaf 2.
Artikel 15.
Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en Rijen 2012