Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6.

Artikel 32.

Advisering

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en Rijen 2012

Lid 1. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op de aangevraagde Wmo-voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante huisgenoten: Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen. Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundige(n) te doen bevragen of onderzoeken. Deze deskundige kan zowel een gemeentelijke indicatiesteller zijn als een extern persoon of een (onafhankelijke) adviesinstantie, als onder lid 2 van dit artikel nader te noemen. Lid 2. Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen deskundige om advies indien: Het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een Wmo-voorziening heeft gehad c.q met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 8 is gevoerd. Het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een Wmo-voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 8 heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd, dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een Wmo-voorziening of de soort van Wmo-voorziening kunnen beïnvloeden. De gevraagde Wmo-voorziening (naar verwachting) om medische redenen wordt afgewezen. De aanvraag gericht is op een Wmo-voorziening waarvan de kosten naar verwachting het bedrag als genoemd in het besluit te boven gaan. Het college dat gewenst vindt. Lid 3. Bij de advisering zoals genoemd in het eerste lid wordt door de adviseur gebruik gemaakt van de systematiek zoals neergelegd in de International Classification of Functioning, Disability and Health, de zogenaamde ICF classificatie. Lid 4. De persoon met beperkingen is verplicht aan het college of de door het college aangewezen deskundige die gegevens te verschaffen of te doen verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Lid 5. Indien de persoon met beperkingen zonder afmelding niet aanwezig is bij het gesprek of de afspraak voor nader onderzoek zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, zal het college de door de deskundige in rekening gebrachte kosten ten laste brengen van hem, tenzij deze persoon (achteraf) kan aantonen dat er een gegronde reden was voor zijn afwezigheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel