Lid 1.
Degene aan wie volgens deze verordening een Wmo-voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een Wmo-voorziening.
Lid 2.
Na toekenning van een Wmo-voorziening op grond van deze verordening, is het college bevoegd de persoon met beperkingen op te roepen of hem schriftelijk om informatie te vragen. Dit om vast te stellen of de omstandigheden, die hebben geleid tot toekenning van de Wmo-voorziening, ongewijzigd zijn.
HOOFDSTUK 6.
Artikel 35.
Wijzigingen in de situatie
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en Rijen 2012