Lid 1.
Het gesprek wordt bij voorkeur gevoerd bij de persoon met beperkingen thuis om op die wijze zo integraal mogelijk de omstandigheden van die persoon in relatie tot de ondervonden beperkingen inzichtelijk te maken.
Lid 2.
Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van een gespreksformulier, waarin de relevante aandachtspunten zijn opgenomen.
Lid 3.
Indien van belang voor een totale inventarisatie van de omstandigheden kan het college besluiten naast de persoon met beperkingen eveneens personen uit het sociale netwerk uit te nodigen voor het gesprek.
HOOFDSTUK 1. › Paragraaf 3.
Artikel 8.
Het gesprek
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en Rijen 2012