In iedere raadsvergadering vindt na het spreekrecht burgers, een vragenuur plaats, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt.
Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp tenminste 6 uur voor aanvang van de raadsvergadering aan de griffier.
De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de overige leden van de raad, en voor het college.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen te stellen en een toelichting daarop te geven.
Na de beantwoording krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden géén interrupties toegelaten.