Naar hoofdinhoud
Naast de wettelijke vrijstellingen van artikel 220d, eerste lid, van de Gemeentewet worden de volgende objecten vrijgesteld: onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. Artikel 8 Belastingtarief De BIZ-bijdrage bedraagt per onroerende zaak voor belastingjaar: 2010 € 500,-. 2011 € 500,- 2012 € 525,- 2013 € 551,- 2014 € 578,- Het nultarief wordt toegepast bij: onroerende zaken die bestemd zijn voor het transport en de distributie van elektriciteit; onroerende zaken die in hoofdzaak bestemd zijn voor een instelling ten dienste van de samenleving en haar ontwikkeling, toegankelijk voor publiek, niet gericht op het maken van winst, die de materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving verwerft, behoudt, wetenschappelijk onderzoekt, presenteert en hierover informeert voor doeleinden van studie, educatie en genoegen; onroerende zaken die uitsluitend worden gebruikt voor de opslag en distributie van goederen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel