Eerste lid
De in het eerste lid, onderdeel a, vermelde vrijstelling is nagenoeg gelijk aan de vrijstelling in artikel 223 van de Gemeentewet bij de forensenbelasting.
De in het eerste lid, onderdeel b, opgenomen vrijstelling dient om cumulatie van forensenbelasting en Toeristenbelasting te voorkomen. Deze vrijstelling voorkomt dat degene die forensenbelasting is verschuldigd, tevens Toeristenbelasting dient af te dragen ter zake van het door derden overnachten tegen vergoeding in zijn verblijf. Ten einde ongewenste verstoringen te voorkomen, is het raadzaam de tarieven van de forensenbelasting en de Toeristenbelasting enigszins op elkaar af te stemmen. Hoewel volgens een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 oktober 1975, nr. 63/1975, BNB 1976/83 (Wissenkerke) deze cumulatie niet in strijd is met de wet, lijkt het billijk deze anticumulatiebepaling op te nemen.
Tweede lid
De in het tweede lid opgenomen vrijstelling heeft tot doel verblijf in de gemeente van asielzoekers die niet zijn ingeschreven in het persoonsregister, onbelast te laten. Hoewel blijkens de uitspraak van het Hof Leeuwarden van 26 november 1993, nr. 1135/92, Belastingblad 1994, blz. 205 (Sleen) heffing mogelijk is ter zake van het verblijf van asielzoekers, acht de staatssecretaris van binnenlandse zaken een terughoudend beleid van gemeenten gewenst. Dit blijkt uit haar beantwoording van naar aanleiding van de hiervoor genoemde uitspraak van het Hof Leeuwarden gestelde kamervragen (Belastingblad 1994, blz. 284). In een geval waarin een gemeente toch hief, sprak Hof Arnhem uit dat asielzoekers in een voormalig hotel niet onder de belasting vielen omdat het voormalig hotel blijvend aan die bestemming was onttrokken en het verblijf van de asielzoekers niet viel onder een van de in de verordening opgesomde accommodatiemogelijkheden (Hof Arnhem 4 april 2002, nr. 00/01365, LJN: AE3601, Belastingblad 2002, blz. 992; zie ook Hof `s-Hertogenbosch, nr. 98/05499, LJN: AB1527, Belastingblad 2001/938).
Voor zover daarvoor motieven aanwezig zijn, kunnen ook andere vrijstellingen worden opgenomen, mits deze niet in strijd zijn met het karakter van de Toeristenbelasting en artikel 229, tweede lid, van de Gemeentewet (zie de toelichting op artikel 5).