Algemeen
Soms is het moeilijk en arbeidsintensief het aantal overnachtingen exact vast te stellen. Gedacht kan worden aan caravans op vaste standplaatsen waarvan door een wisselend aantal personen regelmatig gebruik wordt gemaakt. Ter vermijding van dit soort moeilijkheden en om de administratie te ontlasten van degenen die anders dan in een hotel, pension of soortgelijke inrichting - waarvan de aard meebrengt dat een behoorlijke administratie wordt bijgehouden - gelegenheid tot overnachten bieden, is in artikel 6 een forfaitaire regeling opgenomen.
Wij wijzen erop dat in de verordening niet alle vakantieonderkomens in de zin van artikel 1, onderdeel d, onder de forfaitaire regeling vallen. In situaties waarin een goede administratie wordt bijgehouden (bijvoorbeeld bij bungalows op recreatieparken) is er geen noodzaak deze onder de forfaitaire regeling te laten vallen.
Uit de jurisprudentie valt af te leiden dat de Toeristenbelasting naar haar aard een verblijfsbelasting is waaraan als eis moet worden gesteld dat zij het bedrag van de belasting afhankelijk stelt van feiten en omstandigheden die verband houden met de duur van het verblijf en het aantal personen dat verblijf houdt. Ook is uitgesproken dat de gemeentelijke wetgever met betrekking tot deze feiten en omstandigheden een forfaitaire regeling mag vaststellen. Zie in dit verband HR 21 januari 1981, nr. 20.263, V-N 1981, blz. 494 (Aalten), HR 17 juni 1981, nr. 19.919, BNB 1981/243 (Gasselte), Hof Leeuwarden 21 augustus 1981, nr. 290.80, V-N 1981, blz. 2030 (Schiermonnikoog), Hof Leeuwarden 11 juni 1982, nr. 1.099/80 E1, Belastingblad 1983, blz. 258 (Schiermonnikoog), Hof Leeuwarden 12 november 1982, nr. 399/82 EI, Belastingblad 1983, blz. 535 (Ameland), HR 21 juli 1987, nrs. 24.516, 24.517 en 24.518, Belastingblad 1987, blz. 629, 637 en 641, HR 15 september 1993, nr. 28.125, BNB 1993/355, Belastingblad 1993, blz. 636 (Aalsmeer).
Zie voor de beleidsvrijheid voor gemeenten tot het vaststellen van maatstaven van heffing en tarieven vanaf de inwerkingtreding van de Wet materiële belastingbepalingen (1 januari 1995) de toelichting op artikel 5. De in artikel 6 opgenomen forfaitaire regeling haakt aan bij de hoofdregel van artikel 5.
Eerste lid
Het aantal personen wordt forfaitair bepaald in het eerste lid.
Onderdeel a:
het aantal slaapplaatsen kan eenvoudig geteld worden en op het aangiftebiljet worden vermeld.
Onderdeel b en c:
ook hier kan het aantal slaapplaatsen geteld worden. De hier bedoelde onderkomens zullen bij de aanvang van het seizoen veelal geplaatst zijn. Met onderbezetting wordt rekening gehouden door het aantal personen niet gelijk te doen zijn aan het aantal slaapplaatsen. Wij hebben geen getal ingevuld. Voor kampeermiddelen met drie of minder slaapplaatsen kan bij splitsing in twee categorieën volgens de Nederlandse Kampeerraad een gemiddelde van 2,00 tot 2,40 personen worden aangehouden. Voor de grotere kampeermiddelen ligt de gemiddelde bezetting ergens tussen 3,00 en 4,00 personen. Regionaal, en zelfs plaatselijk, kunnen alle benodigde aantallen overigens nogal variëren. Wij wijzen erop dat deze getallen gebaseerd dienen te zijn op ervaringscijfers. Contact met de plaatselijke bedrijven kan bijdragen tot een zo reëel mogelijke schatting. Uit het voorgaande zal duidelijk zijn dat de gemiddelde bezetting veelal in een gebroken getal zal worden uitgedrukt.
Tweede lid
Het tweede lid geeft een forfaitaire regeling voor het vaststellen van het aantal malen dat is overnacht.
De gebruiksduur kan voorts worden beperkt door gemeentelijke verordeningen of door beperkte openingstijden van de camping waar het onderkomen is geplaatst. Verder is gedifferentieerd naar de verschillende verblijfsaccommodaties.
Mogelijk zal de mate waarin op de regeling van artikel 7 een beroep wordt gedaan een goede indicatie hieromtrent kunnen opleveren. Met name wanneer het aantal overnachtingen in mobiele kampeeronderkomens aan sterke schommelingen onderhevig is, zal toepassing van de forfaitaire berekeningswijze wellicht slechts bij een groot aantal tellingen correcte resultaten opleveren. Het is steeds zaak de praktische haalbaarheid van de forfaitaire berekeningswijze aan de praktijk te toetsen.
Hoofdstuk
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Toeristenbelasting Nachtverblijf 2010