Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien:
de verzoeker niet langer voldoet aan het bepaalde onder artikel 2;
het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;
de verzoeker zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken ter voldoening van zijn schulden;
op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan verzoeker is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
verzoeker zich ten opzichte van de professionals of vrijwilligers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt;
de verzoeker in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is;
indien de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht.