De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee spreektermijnen, tenzij de raad anders beslist.
Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
Een lid mag in een termijn in principe niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. De voorzitter kan leden toestaan om meer keren per termijn het woord te nemen. Interrupties en reacties kunnen, naast het voeren van het woord, worden toegestaan.
Het derde lid is niet van toepassing op:
de rapporteur van een commissie;
het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.
Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.