Het afstemmingsoverleg bestaat uit de volgende onderdelen:
de raadsdelegatie bespreekt de bevindingen van de accountant met de accountant zodat de raad zich, als opdrachtgever, een beeld van de controleresultaten van de account kan vormen;
de raadsdelegatie bespreekt met het college zijn reactie op de accountantsrapportage zodat de gemeenteraad zich in het kader van zijn controletaak een beeld van de reactie van het college kan vormen;
het college, de accountant en de rekenkamercommissie geven informatie over hun onderzoeksplannen en bespreken die met elkaar, de raadsdelegatie en de ambtelijke deelnemers om afstemming mogelijk te maken in het kader van onderzoek naar doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentelijk beleid en handelen.
Aan het afstemmingsoverleg nemen (afhankelijk van het onderdeel zoals aangegeven in lid 1) deel:
een delegatie van de raad (een lid per raadsfractie)
het college of namens hem de portefeuillehouder financiën
de accountant
een vertegenwoordiger van de rekenkamercommissie
het hoofd FPC
de gemeentesecretaris
de griffier
Het afstemmingsoverleg word voorgezeten door de voorzitter van de Informatieronden Bestuur/Financiën.
Het afstemmingsoverleg vergadert minimaal twee maal per jaar: eenmaal ter bespreking van de tussentijdse rapportage van de accountant (management letter) en eenmaal ter bespreking van de eindrapportage van de accountantscontrole over het voorgaande boekjaar. Indien daartoe behoefte bestaat kan de voorzitter besluiten de leden voor een extra overleg bij elkaar te roepen.
Het afstemmingsoverleg neemt geen besluiten. Het afstemmingsoverleg bespreekt niet inhoudelijk de rapporten van de rekenkamercommissie en collegeonderzoeken.
Tijdens het overleg vindt afstemming plaats over de uitgangspunten voor de inzet van de accountant bij de jaarlijks uit te voeren accountantscontroles.