Als iemand recht heeft op bijstand op grond van 1 van de 3 regelingen, heeft hij of zij automatisch recht op de andere vormen van bijstand uit deze verordening. De inwoner moet wel bewijzen dat de gemaakte kosten onder een van deze vormen van bijstand valt. De inwoner moet hiervoor een declaratieformulier invullen en inleveren. Daarbij moeten bewijsstukken ingeleverd worden. Dit zijn bijvoorbeeld: de originele factuur, een pro-forma (concept) rekening of een bankafschrift. De inwoner mag een jaar lang declareren nadat de gemeente de bijstand heeft gegeven (op basis van inkomen en leefsituatie). De inwoner heeft recht op de bijstand op de dag dat de aanvraag is ingediend of op de dag waarop de gemeente de voorzieningen (automatisch) heeft gegeven. Deze datum staat in de brief met daarin het besluit van de gemeente.
Hoofdstuk 1
Artikel 4:
Eén aanvraag voor drie vormen van categorale bijzondere bijstand
Onderdeel van Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand