1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven,
hebben dezelfde betekenis als in de Wet investeren in jongeren, de Algemene wet bestuursrecht of de overige in deze verordening aangehaalde wetten.
2. In deze verordening wordt verstaan onder:
a. wet de Wet investeren in jongeren (WIJ);
het collegehet college van burgemeester en wethouders van de
gemeente Rijswijk;
de gemeenteraad de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk;
d. jongere de belanghebbende zoals bedoeld in artikel 2 van de wet;
e. algemeen geaccepteerde arbeid alle arbeid, niet zijnde arbeid in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare orde of goede zeden;
f. startkwalificatie een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
g. arbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Met een arbeidsovereenkomst wordt gelijk gesteld, een aanstelling op ambtenarenrecht of een overeenkomst waarbij de jongere gedetacheerd wordt bij een organisatie in de collectieve of marktsector;
h. contractanten personen of rechtspersonen die in het kader van hun professie de arbeidsinschakeling van de jongere bevorderen, en aan wie het college de uitvoering van één of meerdere voorzieningen heeft opgedragen.
HOOFDSTUK 1:
Artikel 1:
begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren Gemeente Rijswijk 2010