In debeleidsregels als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden.
Het college kan nadere regels stellen over de duur van de subsidie, de hoogte, en de verplichtingen die aan de subsidie worden verbonden.
Het college kan een voorziening beëindigen indien:
a. de jongere die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen niet nakomt als
omschreven in artikel 2.4 van deze verordening.
b. de jongere die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep;
c.de jongere die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid
aanvaardt;
d. naar het oordeel van het college de aangeboden voorziening niet of onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de jongere;
e. de jongere niet of niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening.
Het college kan een voorziening eveneens beëindigen indien de door het college afgegeven
indicatiebeschikking of her-indicatiebeschikking, door het college is ingetrokken op grond van artikel 12, derde lid Wsw.
In afwijking van het derde lid onderdeel c. kan het college afzien van het beëindigen van een voorziening indien het college van oordeel is dat daartoe de noodzaak aanwezig is.
Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de aangeboden voorzieningen.
De regels, als bedoeld in het zesde lid, kunnen in ieder geval betrekking hebben op de:
a. voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
b. weigeringsgronden van een voorziening;
c. aanvraag van, en de besluitvorming over een voorziening;
d. betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten op deze subsidies;
e. wijze van verlening en vaststelling van subsidies;
f. overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verlenen van subsidies.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 3.1
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren Gemeente Rijswijk 2010