Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1:

Artikel 1:1

– Begripsomschrijving

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investering in jongeren 2010

Alle begrippen in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet investeren in jongeren, de Algemene wet bestuursrecht of de overige in deze verordening aangehaalde wetten. In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet de Wet investeren in jongeren; b. gehuwdennorm de norm bedoeld in artikel 28, eerste lid onderdeel d, van de wet; c.college het college van burgemeester en wethouders; d. woning een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, Wet werk en bijstand; e. woonkosten 1e indien een huurwoning wordt bewoond, die per maande geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag; 2e indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten worden verstaan: de rioolrechten, het eigenaars aandeel van de onroerende-zaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering en het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten; f.ouder de vader of moeder als bedoeld in respectievelijk de artikelen 1:199 en 1:198 van het Burgerlijk Wetboek. 3.De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor jongeren van 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien de gehuwden beiden 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel